ECLI:NL:GHSGR:2005:AS6769
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Pannekoek-Dubois
- Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Geen belangenafweging bij geslachtsnaam minderjarige na vaderschapsvaststelling
In deze zaak staat de geslachtsnaam van een minderjarig kind centraal na gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. De moeder verzocht dat het kind de achternaam van de vader zou dragen, terwijl de vader hiertegen bezwaar maakte vanwege mogelijke negatieve gevolgen in Marokko en het ontbreken van een gezamenlijke verklaring. De rechtbank had de achternaam van de vader toegewezen op basis van een belangenafweging.
Het hof oordeelt dat artikel 1:5 lid 2 BW Pro duidelijk voorschrijft dat zonder een gezamenlijke verklaring van ouders het kind de achternaam van de moeder behoudt. Er is geen ruimte voor een belangenafweging, ook niet op grond van artikel 7 lid 1 IVRK Pro dat slechts vereist dat een kind een naam heeft vanaf de geboorte. Het hof vernietigt daarom het deel van de beschikking dat het kind de achternaam van de vader toekent en wijst het verzoek van de moeder af.
De uitspraak benadrukt het strikt toepassen van wettelijke bepalingen omtrent geslachtsnaamgeving en het belang van een gezamenlijke verklaring van ouders bij vaderschapsvaststelling. Culturele en sociale overwegingen kunnen niet afwijken van deze wettelijke regeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek af dat het kind de achternaam van de vader draagt vanwege het ontbreken van een gezamenlijke verklaring van de ouders.