ECLI:NL:GHSGR:2004:AS2287
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- De Wild
- Van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie sportkantine als bedrijfsruimte en ontruiming
In deze zaak heeft verzoeker een sportkantine gehuurd van de Gemeente Rotterdam. De huurovereenkomst werd beëindigd wegens vermeende niet-naleving van bepalingen. Verzoeker stelde primair dat de kantine als bedrijfsruimte moest worden aangemerkt volgens artikel 7:290 BW Pro, waardoor het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn op grond van artikel 7:230a BW niet ontvankelijk zou zijn.
De rechtbank wees het verzoek van verzoeker af en veroordeelde hem tot ontruiming. Verzoeker ging in hoger beroep en betoogde dat de kantine publiek toegankelijk is en daarmee een bedrijfsruimte vormt. Het hof stelde vast dat de kantine deel uitmaakt van een sportcomplex dat door verschillende verenigingen en scholen wordt gebruikt, en dat het publiek toegang heeft tijdens evenementen.
Het hof oordeelde dat de rechtbank ten onrechte artikel 7:230a BW had toegepast en dat de kantine als bedrijfsruimte moet worden aangemerkt. Hierdoor is het verzoek van verzoeker niet ontvankelijk. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van verzoeker af. Tevens werd de Gemeente veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn omdat de sportkantine als bedrijfsruimte wordt aangemerkt.