ECLI:NL:GHSGR:2004:AR6357
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Stille
- Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en alimentatie bij duurzame ontwrichting huwelijk met kinderen woonachtig in Turkije
Partijen zijn gehuwd in Turkije en hebben twee kinderen die sinds enkele jaren in Turkije wonen. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die de echtscheiding uitsprak, het eenhoofdig gezag aan de vrouw toekende en alimentatieverplichtingen vaststelde. Het hof bevestigt de duurzame ontwrichting van het huwelijk, mede gelet op de gescheiden huishouding en het ingediende verzoek tot echtscheiding in Turkije.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om te beslissen over het ouderlijk gezag en het verzoek tot kinderalimentatie ten laste van de vrouw, omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Turkije hebben. De verzoeken daartoe worden daarom niet-ontvankelijk verklaard. De partneralimentatie wordt vernietigd omdat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij behoefte heeft aan alimentatie en onvoldoende heeft onderbouwd dat zij zich inspant om werk te vinden.
Ten aanzien van het huwelijksgoederenregime stelt het hof vast dat geen rechtskeuze is gemaakt en dat partijen geen gemeenschappelijke nationaliteit hadden bij het huwelijk. Gelet op de nauwe banden met Turkije, waaronder de vestiging, afkomst en eigendommen, is Turks recht van toepassing op de vermogensrechtelijke afwikkeling. De overige grieven worden afgewezen en de kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de partner- en kinderalimentatie, wijst verzoeken daartoe af, verklaart zich onbevoegd inzake gezag en kinderalimentatie ten laste van de vrouw en bevestigt dat Turks recht geldt voor het huwelijksgoederenregime.