ECLI:NL:GHSGR:2004:AR5379
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Savelbergh
- Vonk
- Van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt belastbaarheid winstaandeel stille vennootschap en verwerpt beroep op vertrouwensbeginsel
Belanghebbende was stille vennoot in een Duitse GmbH via een stille vennootschap (SG) en ontving een winstaandeel dat jaarlijks werd bijgeschreven op een renteloze lening. In zijn belastingaangiften over 1982 tot en met 1994 vermeldde hij deze winstaandeel niet als inkomen. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op, waarbij het winstaandeel over 1992 in 1994 als genoten inkomen werd aangemerkt.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat hij mocht vertrouwen op de gedragslijn van de Inspecteur en dat het winstaandeel niet eerder als inkomen kon worden belast. Het Hof oordeelde dat het winstaandeel in 1994 is vastgesteld en ter beschikking is gesteld, zodat het inkomen toen is genoten in de zin van artikel 33 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen sprake was van een duidelijke toezegging of gedragslijn die een rechtens te beschermen vertrouwen kon wekken. Ook werd vastgesteld dat de Inspecteur niet bekend was met alle relevante gegevens voorafgaand aan 1994. De aanslag werd verminderd met verrekening van een verlies uit 1991. Een verzoek om schadevergoeding wegens aantasting van eer en goede naam werd afgewezen omdat de Inspecteur binnen de grenzen van het toelaatbare had gehandeld.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 3.270.190 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.