ECLI:NL:GHSGR:2004:AR3462
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Labohm
- Ydema
- Rechtspraak.nl
Gezagsregeling na hertrouwen ex-echtgenoten met Turkse nationaliteit en verblijf in Nederland
In deze zaak staat het ouderlijk gezag over een minderjarig kind centraal, waarbij het kind de Turkse nationaliteit bezit en zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Na ontbinding van het huwelijk in Turkije, waarbij het gezag aan de man werd toegewezen, zijn de ouders in Nederland hertrouwd. Het hof onderzoekt of dit hertrouwen gevolgen heeft voor het gezag over het kind.
Het hof stelt vast dat het Turkse recht geen bepaling bevat die het gezag wijzigt bij hertrouwen van ex-echtgenoten. Op grond van artikel 336 Turks Pro BW wordt aangenomen dat het gezamenlijk ouderlijk gezag herleeft bij het hertrouwen. Het hof past vervolgens Nederlands recht toe bij de beoordeling wie het gezag toekomt, met als uitgangspunt dat gezamenlijk gezag blijft bestaan tenzij de rechter anders beslist in het belang van het kind.
De vrouw verzoekt het gezag alleen aan haar toe te wijzen, terwijl de man het gezamenlijk gezag wil handhaven. Ondanks spanningen tussen partijen en de wens van de vrouw om bij elkaar te blijven vanwege verblijfstitels, zijn er geen feiten die rechtvaardigen dat het gezag aan één ouder wordt toegekend. Het hof vernietigt de eerdere beschikking die het gezag aan de vrouw toekende, wijst haar verzoek af en verklaart de man niet ontvankelijk in zijn verzoek tot handhaving van het gezamenlijk gezag.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vrouw af om alleen het gezag te krijgen en verklaart de man niet ontvankelijk in zijn verzoek tot handhaving van het gezamenlijk gezag.