ECLI:NL:GHSGR:2004:AR2197
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Kok
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van onderhandse akte en eigendom van roerende zaken in echtscheidingsprocedure
In deze civiele zaak stond de juistheid van een onderhandse akte centraal, waarbij werd betwist of de overeenkomst tot stand was gekomen door bedrog, misbruik van omstandigheden of dwaling. De vrouw voerde aan dat de man de akte had gemanipuleerd en dat de overeenkomst onredelijk was, terwijl de man dit ontkende en stelde dat de akte rechtsgeldig was opgesteld door een notaris en door beide partijen was ondertekend.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende bewijs had geleverd voor haar stellingen over bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling. De onderhandse akte werd als geldig beschouwd en de vrouw had geen recht op een aanvullende contre-lettre. Ook werd vastgesteld dat de man economisch gerechtigd was tot de helft van de woning vanwege zijn investeringen.
Daarnaast werd geoordeeld dat de collectie zilver, antiek en boeken die tijdens het huwelijk door de man waren aangeschaft, zijn privé-eigendom waren. De vrouw had niet aannemelijk gemaakt dat zij mede-eigenaar was. De kosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de eigendom van de roerende zaken betrof en verklaarde het eigendom van de man.
Uitkomst: Het hof verklaart de onderhandse akte geldig en bepaalt dat de man eigenaar is van de roerende zaken die hij tijdens het huwelijk heeft aangeschaft.