ECLI:NL:GHSGR:2004:AQ6934
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag en vaststelling billijke schadevergoeding na langdurige arbeidsongeschiktheid
De appellant was sinds 18 mei 1961 in dienst van de geïntimeerde en was vanaf 29 maart 1999 arbeidsongeschikt. Na twee jaar ziekte werd hij op 1 september 2001 ontslagen met toestemming van de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening. De appellant stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de gevolgen voor zijn inkomen en de relatie tussen zijn arbeidsongeschiktheid en de arbeidsomstandigheden.
Het hof oordeelde dat de ziekte van de appellant arbeidsgerelateerd was en dat zijn kansen op ander werk vanwege zijn leeftijd en eenzijdige arbeidsverleden verwaarloosbaar waren. De geïntimeerde had geen voorzieningen getroffen bij het ontslag en verkeerde in slechte financiële omstandigheden.
Het ontslag werd daarom als kennelijk onredelijk beoordeeld. Het hof veroordeelde de geïntimeerde tot betaling van een billijke vergoeding van €9.000,-, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de ontslagdatum, en stelde de proceskosten ten laste van de geïntimeerde vast. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag werd kennelijk onredelijk verklaard en de geïntimeerde veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van €9.000,- met wettelijke rente vanaf 1 september 2001.