ECLI:NL:GHSGR:2004:AQ6573
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Pannekoek-Dubois
- Gerretsen-Visser
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenbeschikking omgangsregeling en onderzoek Raad
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die een tijdelijke omgangsregeling tussen de vader en het minderjarige kind vaststelde en de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten in de vorm van een begeleide omgangsregeling.
Het hof oordeelt dat de beschikking een zuivere tussenbeschikking betreft waarop artikel 358 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing is. Dit artikel sluit hoger beroep tegen tussenbeschikkingen uit, tenzij de rechter anders beslist, hetgeen hier niet het geval is.
De omgangsregeling maakt deel uit van een onderzoek dat door de Raad wordt verricht en waarover de rechtbank nog een definitieve beslissing zal nemen. Daarom is het hoger beroep tegen deze beschikking niet-ontvankelijk verklaard.
De procedure kende meerdere schriftelijke stukken en een mondelinge behandeling waarbij partijen en de Raad aanwezig waren. De rechtbank had eerder het gezag en de omgangsregeling pro forma aangehouden en de echtscheiding uitgesproken.
Het hof bevestigt hiermee de onontvankelijkheid van het hoger beroep tegen de tussenbeschikking en houdt de verdere behandeling aan.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder tegen de tussenbeschikking niet-ontvankelijk.