ECLI:NL:GHSGR:2004:AQ2782
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Tanja-van den Broek
- Stille
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Verdeling beperkte gemeenschap bij echtscheiding met appartementsrecht en hypothecaire lening
In deze zaak gaat het om de verdeling van een beperkte huwelijksgemeenschap tussen partijen die op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd. De kern van het geschil betreft de waardering van een gemeenschappelijk appartement en de vraag of de hypothecaire geldlening en de debetstand op een gezamenlijke rekening tot de gemeenschap behoren.
De man betoogt dat bij de waardering van het appartement de waarde in verhuurde staat moet worden aangehouden en dat de hypothecaire lening niet tot de gemeenschap behoort. De vrouw stelt dat de leegwaarde moet gelden en dat de lening wel tot de gemeenschap behoort, mede vanwege de achtergrond van de huwelijkse voorwaarden.
Het hof overweegt dat de leegwaarde in beginsel geldt en dat de hypothecaire lening en de debetstand op de gezamenlijke rekening deel uitmaken van de beperkte gemeenschap, tenzij anders bepaald. De man moet derhalve een bedrag aan de vrouw betalen ter zake van overbedeling en de vrouw moet de helft van de debetstand vergoeden.
Daarnaast wordt het verzoek van de vrouw om alimentatie afgewezen, omdat zij in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep voor het verzoek tot verrekening van de kosten van de normale gang van de huishouding. De kosten van beide instanties worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de hypothecaire lening en debetsaldo tot de beperkte gemeenschap behoren en veroordeelt partijen tot betaling en vergoeding, terwijl het alimentatieverzoek wordt afgewezen.