ECLI:NL:GHSGR:2004:AP8226
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Otto Engel
- Rechtspraak.nl
Geen invloed onverplichte inbreng erfgenaam op omvang nalatenschap en successierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende het recht van successie heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage geoordeeld dat een onverplichte inbreng door een erfgenaam niet van invloed is op de omvang van de nalatenschap en dus ook niet op het resultaat van de verdeling daarvan.
De erflaatster had bij testament haar erfgenamen benoemd en had daarnaast schenkingen gedaan aan zowel erfgenamen als niet-erfgenamen. Drie van de zeven begunstigden van schenkingen waren niet tot erfgenaam benoemd, waardoor voor hen geen recht van successie werd geheven. Het hof oordeelde dat dit verschil in behandeling geen verboden discriminatie inhoudt.
De Inspecteur had bij het vaststellen van de aanslagen in het recht van successie terecht geen rekening gehouden met de inbreng van de schenkingen door erfgenamen die in de aangifte was vermeld. De stelling dat de aangifte een te hoog bedrag zou bevatten wegens opname van schenkingen in de nalatenschap werd niet aannemelijk gemaakt.
Het beroep van de erfgenamen werd ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om vergoeding van het griffierecht afgewezen, en er werden geen proceskosten aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen in het recht van successie wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.