ECLI:NL:GHSGR:2004:AP8132
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Otto Engel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige teruggaaf en aanslag gecombineerde heffingskorting inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende diende in maart 2002 zijn aangifte inkomstenbelasting 2001 in, waarbij hij gebruik maakte van een aangifteprogramma dat aangaf dat geen aanslag te verwachten was. De Inspecteur legde echter een aanslag op van €195, omdat de voorlopige teruggaaf van de gecombineerde heffingskorting te hoog was vastgesteld.
Belanghebbende voerde aan dat de aanslag niet had mogen worden opgelegd omdat het verschuldigde bedrag onder de aanslaggrens van artikel 9.4 Wet IB 2001 lag en beriep zich op het vertrouwensbeginsel ten aanzien van het aangifteprogramma en de mededeling van de Inspecteur.
Het hof oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd omdat de voorlopige teruggaaf hoger was dan de daadwerkelijke heffingskorting waarop belanghebbende recht had. De aanslaggrens was niet van toepassing vanwege deze overschrijding. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de Inspecteur geen verantwoordelijkheid draagt voor het aangifteprogramma en de mededeling onvoldoende was om een rechtens beschermd vertrouwen te rechtvaardigen.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag inclusief de heffingsrente. Er werd geen kostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 2001 van €195.