ECLI:NL:GHSGR:2004:AP1961
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Tanja-van den Broek Gerretsen-Visser
- Verbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vernietiging erkenning kind ondanks niet-meewerken DNA-onderzoek
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek tot vernietiging van de erkenning van een kind door de man die het kind erkende. De man stelde dat hij niet de biologische vader was en dat de erkenning vernietigd moest worden. De moeder en het kind verzetten zich tegen dit verzoek.
Hoewel het kind niet meewerkte aan het DNA-onderzoek, waardoor het rechtsvermoeden van vaderschap werd weerlegd, oordeelde het hof dat de vraag naar het biologische vaderschap na erkenning in principe buiten beschouwing kan blijven. De vordering tot vernietiging van erkenning kan alleen worden toegewezen bij wilsgebrek zoals bedreiging, misbruik van omstandigheden, bedrog of dwaling.
Het hof vond onvoldoende feiten en omstandigheden om een dergelijk wilsgebrek aan te nemen. De man had geen bewijs geleverd dat de moeder in het conceptietijdvak gemeenschap met andere mannen had of dat zij bij vertrek had verklaard dat het kind niet zijn zoon was. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd.
De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak benadrukt het belang van het rechtsvermoeden van vaderschap en de hoge eisen voor het vernietigen van een erkenning.
Uitkomst: De erkenning van het kind door de man wordt gehandhaafd; het verzoek tot vernietiging wordt afgewezen.