ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0508
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Van Nievelt
- Gerretsen-Visser
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging echtscheiding en gezagsregeling ondanks niet-ontvankelijkheid man in hoger beroep
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin de echtscheiding tussen hem en de vrouw is uitgesproken en het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind aan de vrouw is toegekend. Hij voerde onder meer aan dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft omdat het kind in Pakistan verblijft, dat het huwelijk en de scheiding volgens Pakistaans recht zijn, en dat de vrouw niet de moeder zou zijn van het kind.
De man verscheen niet ter zitting en zijn raadsman kon geen aanvullende stukken overleggen, waaronder een Nederlandse vertaling van de Pakistaanse scheidingsakte. De vrouw betwistte de stellingen van de man. Het hof oordeelde dat de grieven van de man niet konden slagen en bekrachtigde de echtscheiding.
Daarnaast werd het hoger beroep van de man ten aanzien van het ouderlijk gezag niet-ontvankelijk verklaard omdat het appèlschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen en geen concrete gronden bevatte om de beslissing van de rechtbank te wijzigen.
Het hof betreurde het niet-overleggen van de gevraagde stukken door de raadsman van de man, maar vond dit niet belemmerend voor een inhoudelijke beoordeling van de zaak. De bestreden beschikking werd voor zover het de echtscheiding betreft bekrachtigd, en het verzoek van de man over het gezag werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk voor het gezagsverzoek en bekrachtigt de echtscheiding en gezagsregeling ten gunste van de vrouw.