ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0232
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieplicht volksverzekeringen bij werkzaamheden in het buitenland voor Nederlandse werkgever
Belanghebbende was in 2000 werkzaam als scheepswerktuigbouwkundige voor een Nederlandse werkgever, maar werkte dat jaar op een schip onder Kazachstaanse vlag in de Kaspische Zee. De Inspecteur legde hem premieplicht voor de volksverzekeringen op voor het gehele jaar 2000. Belanghebbende stelde dat hij niet premieplichtig was omdat hij uitsluitend buiten Nederland werkte en verwees naar artikel 12 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (BUB).
Belanghebbende voerde aan dat de beoordeling van de term "uitsluitend" moest plaatsvinden over een referentieperiode van drie jaar (1999-2001), omdat hij vanaf februari 2001 ook voor een buitenlandse werkgever zou werken. Het hof oordeelde echter dat het heffingstijdvak het kalenderjaar is en dat alleen het jaar 2000 relevant is. Omdat belanghebbende in dat jaar uitsluitend voor een Nederlandse werkgever werkte, is hij premieplichtig.
Het hof verduidelijkte dat de term "uitsluitend" betrekking heeft op gelijktijdige dienstbetrekkingen met een Nederlandse en een buitenlandse werkgever, niet op opeenvolgende dienstbetrekkingen. Het later aangaan van een buitenlandse arbeidsovereenkomst in 2001 kan de premieplicht over 2000 niet beïnvloeden. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Belanghebbende is premieplichtig voor de volksverzekeringen over het kalenderjaar 2000.