ECLI:NL:GHSGR:2004:AO8997
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- In 't Velt-Meijer
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid proeftijdbeding na stageperiode bij salonassistent
In deze zaak stond de geldigheid van een proeftijdbeding centraal na een stageperiode. De werknemer had een kappersopleiding gevolgd met een stage van één dag per week en werd daarna aangenomen als salonassistent voor drie dagen per week. De werknemer werd na twee dagen ontslagen en stelde dat het proeftijdbeding niet rechtsgeldig was omdat zij tijdens de stage andere, minder uitgebreide werkzaamheden verrichtte dan in de arbeidsovereenkomst was vastgelegd.
Het hof stelde vast dat de werkzaamheden van een salonassistent volgens de CAO veel uitgebreider zijn dan de werkzaamheden tijdens de stage. De werknemer had tijdens de stage geen loon ontvangen en slechts één dag per week gewerkt, terwijl de arbeidsovereenkomst drie dagen per week betrof. Het hof oordeelde dat een stageovereenkomst niet gelijk is aan een arbeidsovereenkomst en dat het normaal is dat een nieuwe werknemer in het begin eenvoudige taken krijgt om in te werken.
Daarom was het proeftijdbeding rechtsgeldig overeengekomen en was het ontslag tijdens de proeftijd niet nietig. De eerdere uitspraak van de rechtbank, die het ontslag ongeldig had verklaard, werd vernietigd. De vorderingen van de werknemer werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verklaarde het proeftijdbeding rechtsgeldig en wees de vorderingen van de werknemer af.