ECLI:NL:GHSGR:2004:AO6216
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2001 en heffingsrente
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van € 11.503 en een heffingsrente van € 6. Zij voerde aan dat zij recht had op kinderkorting, aanvullende kinderkorting en alleenstaande ouderkorting over de periode dat zij alleenstaand was, en dat zij ten onrechte aanmaningskosten en heffingsrente moest betalen.
Het hof stelde vast dat belanghebbende samen met haar partner had gekozen om voor het hele jaar als fiscale partners te worden beschouwd, waardoor zij geen recht had op genoemde kortingen. De Inspecteur had de aanslag correct vastgesteld en de heffingsrente was conform wettelijke regels in rekening gebracht. De aanmaningskosten vervielen omdat bezwaar was aangetekend.
Het hof oordeelde dat de voorlopige aanslag juist was en dat belanghebbende niet te veel had betaald. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het door belanghebbende betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt ongegrond verklaard en de aanslag inclusief heffingsrente is juist vastgesteld.