ECLI:NL:GHSGR:2003:AS4793
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Vonk
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrek reiskosten openbaar vervoer tot forfaitaire tabelbedragen
Belanghebbende was in 2000 werkzaam in de horeca en reisde gemiddeld drie tot vijf dagen per week met het openbaar vervoer over een afstand van circa 45 kilometer enkele reis. Hij bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting de werkelijke reiskosten van ƒ 3.901 in aftrek, onderbouwd met plaatsbewijzen. De Inspecteur beperkte de aftrek tot ƒ 2.680, het bedrag volgens de tabel voor een reisafstand van 30 kilometer, omdat geen openbaarvervoerverklaring was overlegd.
Belanghebbende voerde aan dat hij op grond van redelijkheid, billijkheid, het draagkrachtbeginsel en het vertrouwensbeginsel recht had op aftrek van de werkelijke kosten. Hij verwees onder meer naar een brief van de Inspecteur en uitlatingen van de Staatssecretaris van Financiën over mogelijke uitbreiding van openbaarvervoerverklaringen.
Het Hof oordeelde dat de wettelijke regeling en de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990 duidelijk bepalen dat bij een reisafstand van meer dan 30 kilometer zonder openbaarvervoerverklaring de aftrek wordt beperkt tot het forfaitaire bedrag voor 30 kilometer. De toezeggingen van de Staatssecretaris en de brief van de Inspecteur konden hieraan geen verandering brengen. Het beroep op redelijkheid en billijkheid en het draagkrachtbeginsel konden niet leiden tot een afwijking van de wet.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd. Het Hof wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op aftrek van werkelijke reiskosten wordt ongegrond verklaard; aftrek wordt beperkt tot forfaitair bedrag.