ECLI:NL:GHSGR:2003:AO4277
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Wurzer
- Van der Putten-Göbbels
- De Groot
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen lijkverwijdering en gewelddadige beroving
De verdachte werd in eerste aanleg deels vrijgesproken en deels veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Het hof heeft het vonnis vernietigd en de verdachte veroordeeld voor medeplegen van het wegvoeren en vernietigen van een stoffelijk overschot en voor een gewelddadige beroving in de woning van het slachtoffer.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met een medeverdachte het lijk had verwijderd om het overlijden te verhullen en dat zij een beroving hadden gepleegd met geweld en bedreiging. De feiten werden als ernstige inbreuken op de openbare orde en als veroorzakers van groot leed en onveiligheidsgevoelens beoordeeld.
De verdachte had een strafblad met eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten, wat meewoog in de strafmaat. Het hof legde een gevangenisstraf van vier jaar op, onvoorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Vorderingen tot schadevergoeding van benadeelde partijen werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid omdat deze vorderingen niet aan het hof waren voorgelegd.
De uitspraak werd gedaan op 22 december 2003 door het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarbij het hof het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigde en opnieuw recht deed.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor medeplegen van lijkverwijdering en gewelddadige beroving.