ECLI:NL:GHSGR:2003:AO3521
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In 't Velt-Meijer
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Geen dringende reden voor ontslag op staande voet van uitzendkracht
De zaak betreft een uitzendkracht die door zijn werkgever, Tènce Uitzendbureau B.V., op 26 juni 2001 op staande voet werd ontslagen wegens herhaald ongeoorloofd verzuim en het niet naleven van controlevoorschriften bij ziekte. De werknemer stelde dat het ontslag nietig was en vorderde doorbetaling van loon, waarbij hij zich beriep op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Het hof stelde vast dat de werknemer op 7 juni 2001 ongeoorloofd afwezig was, omdat hij geen medische verklaring kon overleggen. De controlevoorschriften bij ziekte waren niet nageleefd op 12 en 14 juni 2001, wat door inhouding op loon was gesanctioneerd. Op 26 juni 2001 was de werknemer wederom zonder geldige reden afwezig, omdat hij weigerde een contract voor bepaalde tijd te tekenen, terwijl hij geen recht had op een contract voor onbepaalde tijd.
Het hof oordeelde dat de eerdere waarschuwingen uit 2000 te lang geleden waren om als laatste waarschuwing te gelden en dat de sanctie van looninhouding voor het niet naleven van controlevoorschriften de kwestie had afgedaan. Daarom was er geen dringende reden voor ontslag op staande voet op 26 juni 2001. Het ontslag werd nietig verklaard en de werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van loon minus zeven weken loon die de werknemer elders had verdiend, met een wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 10%.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot doorbetaling van loon minus zeven weken.