ECLI:NL:GHSGR:2003:AO3515
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In 't Velt-Meijer
- Schuering
- Beyer-Lazonder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid werkgever voor blootstelling aan organische oplosmiddelen en gezondheidsschade
De zaak betreft een werknemer die sinds 1975 bij Atofina werkte als procesoperator en vanaf 1999 arbeidsongeschikt werd verklaard vanwege gezondheidsklachten die mogelijk veroorzaakt zijn door blootstelling aan organische oplosmiddelen. De werknemer vordert schadevergoeding wegens materiële en immateriële schade, alsmede kosten en rente.
De rechtbank had de vorderingen deels toegewezen, maar het hof stelt vast dat onvoldoende bewijs is geleverd over de mate en duur van blootstelling na 1980 en over de naleving van de zorgplicht door Atofina. Het hof oordeelt dat de werknemer bewijs moet leveren over zijn blootstelling na 1980, terwijl Atofina bewijs mag leveren dat zij haar zorgplicht heeft nageleefd.
Het hof wijst op het belang van het causale verband tussen blootstelling en gezondheidsklachten, waarbij niet noodzakelijk is dat sprake is van het volledige Organic Solvent Syndrome (OPS). De zaak wordt verwezen naar getuigenverhoren en mogelijk deskundigenonderzoek om de bewijsvoering te completeren.
Het arrest benadrukt dat overschrijding van de MAC-waarde niet automatisch betekent dat de zorgplicht is geschonden en dat de zorgplicht niet vereist dat elke blootstelling wordt voorkomen. Het hof stelt een comparitie van partijen vast om de verdere bewijsvoering te organiseren.
Uitkomst: Het hof laat partijen toe bewijs te leveren over blootstelling en zorgplicht en verwijst de zaak voor getuigenverhoren en nadere bewijsvoering.