ECLI:NL:GHSGR:2003:AO1759
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Tromp
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor werkzaamheden overledenenverzorgster als lijkbezorgersdiensten
Belanghebbende, een overledenenverzorgster, had over het derde kwartaal van 2002 €452 aan omzetbelasting betaald en verzocht om teruggaaf. De Inspecteur wees dit bezwaar af, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Het geschil betrof de vraag of de werkzaamheden van belanghebbende onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel h van de Wet op de omzetbelasting 1968 vallen, die diensten door lijkbezorgers vrijstelt. Het hof oordeelde dat de aard van de werkzaamheden, die kenmerkend zijn voor lijkbezorging, bepalend is en niet de hoedanigheid van de dienstverlener.
Het hof stelde vast dat de werkzaamheden van belanghebbende, zoals het verzorgen van het lichaam van de overledene, passen binnen de vrijstelling. Ook het gelijkheidsbeginsel sprak voor toepassing van de vrijstelling, aangezien vergelijkbare beroepsgroepen zoals kistenmakers en rouwvervoerders de vrijstelling wel kunnen toepassen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bestreden uitspraak vernietigd, en werd teruggaaf van €452 aan omzetbelasting toegekend. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van €966 en het griffierecht van €109 aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en teruggaaf van €452 aan omzetbelasting toegekend.