ECLI:NL:GHSGR:2003:AN9866
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Waardevaststelling onroerende zaak met horecagedeelte en bedrijfswoning
Belanghebbende is eigenaar van een onroerende zaak bestaande uit een horecagedeelte en een daarboven gelegen bedrijfswoning. De waarde van deze zaak op 1 januari 1999 was in geschil. De Inspecteur had de waarde vastgesteld op ƒ 631.000 (€ 286.335), terwijl belanghebbende een lagere waarde van ƒ 418.705 (€ 190.000) voorstond.
Het hof overwoog dat de waarde van het horecagedeelte moet worden bepaald via de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de economische huurwaarde door de Inspecteur op ƒ 43.697 (€ 19.829) was gesteld. De gehanteerde kapitalisatiefactor van 11 door de Inspecteur werd echter onvoldoende onderbouwd en daarom stelde het hof deze vast op 10, wat leidt tot een waarde van ƒ 436.970 (€ 198.288) voor het horecagedeelte.
Voor het woninggedeelte, dat tussen 1999 en 2001 was gerenoveerd, moest de waarde worden bepaald naar de staat op 1 januari 2001. De Inspecteur had dit gewaardeerd op ƒ 150.996 (€ 68.519), maar zonder voldoende bewijs. Het hof stelde de waarde daarom vast op ƒ 110.185 (€ 50.000).
De totale waarde van de onroerende zaak werd daarmee vastgesteld op ƒ 547.155 (€ 248.288). Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de beschikking van de Inspecteur vernietigd en de kosten van het beroep werden aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De waarde van de onroerende zaak is vastgesteld op € 248.288 en het beroep van belanghebbende is gegrond verklaard.