ECLI:NL:GHSGR:2003:AL8091
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kok
- Duindam
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Vaststelling waarde en verdeling voormalige huwelijksgoederengemeenschap bij echtscheiding
In deze zaak is hoger beroep ingesteld door de vrouw tegen het vonnis van de rechtbank Middelburg inzake de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding.
Het hof bevestigt dat de datum voor het bepalen van de omvang van de gemeenschap de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking is, namelijk 27 maart 2000. Opnames van gemeenschappelijke gelden door de vrouw voor haar levensonderhoud vóór deze datum worden ten laste van de gemeenschap gebracht. Geld voor de inrichting van haar nieuwe woning wordt als haar eigen post aangemerkt.
Verder oordeelt het hof dat de waardering van de voormalige echtelijke woning dient plaats te vinden op de datum van feitelijke verdeling, hier 16 januari 2002, tenzij partijen anders overeenkomen. Omdat partijen geen overeenstemming bereikten, wordt de zaak terugverwezen voor benoeming van deskundige(n) voor taxatie.
Ten aanzien van een tweede onroerende zaak in het buitenland stelt het hof de waarde vast op basis van het middelen van de door partijen ingebrachte taxatierapporten, gelet op de geringe waarde en complexiteit van taxatie vanuit Nederland.
Het hof wijst partijen aan om zich uit te laten over het aantal taxateurs en benoeming daarvan en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof verklaart meerdere grieven gegrond, stelt waardering buitenlandse woning vast en verwijst terug voor taxatie van de voormalige echtelijke woning.