ECLI:NL:GHSGR:2003:AL7226
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In 't Velt-Meijer
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring bij aansprakelijkheid werkgever voor mesothelioom
De zaak betreft een hoger beroep van de nabestaanden van een werknemer die tussen 1958 en 1966 bij Koninklijke Schelde Groep B.V. werkte en in 1997 overleed aan mesothelioom, een asbestgerelateerde ziekte. De nabestaanden stelden de werkgever aansprakelijk en vorderden vergoeding van materiële en immateriële schade.
De rechtbank had de vordering afgewezen wegens verjaring, waarbij zij diverse redelijkheid- en billijkheidsoverwegingen toepaste. De nabestaanden voerden in hoger beroep aan dat de verjaring niet onredelijk mocht worden toegepast, onder meer omdat de immateriële schadevergoeding ook aan het slachtoffer zelf ten goede zou moeten komen en omdat zij pas later een rechtsvordering instelden vanwege lopende proefprocessen.
Het hof overwoog dat het niet onredelijk is dat immateriële schadevergoeding aan nabestaanden toekomt en dat de werkgever in overeenstemming met het geldende recht een beroep op verjaring deed. Ook vond het hof dat de nabestaanden onvoldoende hadden onderbouwd dat zij geen verzekeringsuitkeringen ontvingen en dat zij de vordering niet binnen een redelijke termijn hadden ingesteld. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de nabestaanden in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vordering wegens verjaring is afgewezen en wijst het hoger beroep van de nabestaanden af.