ECLI:NL:GHSGR:2003:AK4142
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Vonk
- mr. Bergman
- Rechtspraak.nl
Berekening grondslag 35%-aftrek volgens Nedeco-regeling in inkomstenbelasting
Belanghebbende was in 1999 werkzaam bij een werkgever en werd regelmatig uitgezonden naar het buitenland. Voor dat jaar heeft hij 105 dagen in het buitenland gewerkt en maakte aanspraak op de 35%-aftrek op grond van de Nedeco-regeling. De kern van het geschil betrof de wijze waarop de grondslag voor deze aftrek moest worden berekend.
Belanghebbende stelde dat de berekening moest uitgaan van het daadwerkelijk genoten loon gedurende de uitzending, terwijl de Inspecteur stelde dat de forfaitaire rekenregels van de Nedeco-regeling strikt moesten worden toegepast. Het hof oordeelde dat de tekst van de Nedeco-regeling geen ruimte biedt om af te wijken van de forfaitaire formule en verwierp het beroep van belanghebbende.
Daarnaast faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat belanghebbende onvoldoende feiten had gesteld om aan te tonen dat in vergelijkbare gevallen onjuiste toepassing van de regeling had geleid tot een gunstiger behandeling. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 14 juli 2003 en schriftelijk vastgelegd, met de mogelijkheid voor partijen om binnen vier weken een schriftelijke uitspraak te verzoeken. De zaak betreft een bestuursrechtelijk geschil over de toepassing van belastingwetgeving.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de berekening van de 35%-aftrek volgens de Nedeco-regeling wordt ongegrond verklaard.