ECLI:NL:GHSGR:2003:AK3501
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- De Bruijn-Lückers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging alimentatieplicht ondanks onvoldoende inzicht in draagkracht man
Partijen zijn gehuwd geweest en gescheiden, waarbij de vrouw alimentatie van de man vordert. De man voert in hoger beroep aan dat hij niet draagkrachtig is, onder meer omdat hij het horecabedrijf heeft beëindigd en leeft van spaargelden en steun van zijn partner. Het hof stelt vast dat de man geen bewijsstukken heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn stellingen en dat de vrouw de beëindiging van het bedrijf gemotiveerd betwist.
Het hof baseert zich op de beschikbare stukken, waaronder belastingaangiften en verklaringen van de belastingdienst, maar constateert dat deze niet voldoende inzicht geven in het besteedbaar inkomen van de man. De man heeft nagelaten zijn maandelijkse lasten met bewijs te onderbouwen. Hierdoor kan het hof niet aannemen dat de man geen draagkracht heeft.
Het hof verklaart het incidentele beroep van de vrouw niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van gronden en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat de man tot betaling van alimentatie is veroordeeld. Tevens veroordeelt het hof de man in de kosten van het principale hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de man af en bekrachtigt het vonnis tot betaling van alimentatie.