ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1830
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Labohm
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid jong-meerderjarige in hoger beroep en vaststelling onderhoudsbijdrage
Appellant is geboren op een datum waarop zij jong-meerderjarig werd op een latere datum. In eerste aanleg was de moeder als belanghebbende aangemerkt, niet appellant zelf. Het hof oordeelt dat appellant daarom ontvankelijk is in haar hoger beroep, ondanks haar minderjarigheid gedurende een deel van de periode.
De vader had verzocht om nihilstelling van de alimentatie vanaf 1 januari 1992, met terugwerkende kracht, vanwege arbeidsongeschiktheid en verminderde draagkracht. Appellant betwistte dat de vader onvoldoende draagkracht had en stelde dat het laat indienen van het wijzigingsverzoek niet ten koste van haar mocht komen.
Het hof oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij na haar meerderjarigheid nog behoefte had aan een bijdrage van de vader, gelet op haar inkomsten uit werk en de gehanteerde normen voor studerende kinderen. Daarom wordt de onderhoudsbijdrage vanaf die datum op nihil gesteld. Het verzoek van de vader over de periode vóór die datum wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek in eerste aanleg tegen de moeder had moeten worden gericht.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep voor het overige af.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant ontvankelijk, stelt de onderhoudsbijdrage vanaf haar meerderjarigheid op nihil en verklaart het verzoek van de vader over de eerdere periode niet-ontvankelijk.