ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1174
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Gerretsen-Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verblijfplaats kinderen bij vader na echtscheiding en omgangsregeling moeder
Na de echtscheiding van de ouders verblijven de minderjarige kinderen sinds mei 2001 bij de vader, die tevens het gezag uitoefent. De moeder verzocht het hof om de verblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen, dan wel subsidiair een omgangsregeling vast te stellen. De rechtbank had eerder de kinderen aan de vader toegewezen en een gefaseerde omgangsregeling vastgesteld.
De moeder betwistte het gebruik van een rapport van het Eindhovens Psychologisch Instituut (EPI) door de rechtbank, omdat zij niet bij het onderzoek betrokken was en vond dat het rapport op een onjuiste vraagstelling was gebaseerd. De vader stelde dat het rapport en de lopende speltherapie in het belang van de kinderen waren, en dat de moeder bewust niet aan het onderzoek had deelgenomen.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de kinderen bij de moeder te plaatsen, maar het hof oordeelde dat het belang van de kinderen, waaronder het voortzetten van de therapie en de wens van een kind om bij de vader te blijven, zwaarder woog. Het hof bevestigde daarom de verblijfplaats bij de vader en stelde een omgangsregeling vast zoals door de moeder subsidiair was verzocht.
Uitkomst: Het hof bevestigt de verblijfplaats van de kinderen bij de vader en stelt een omgangsregeling voor de moeder vast.