ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1153
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Duindam
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep moeder tegen uithuisplaatsing na ontheffing ouderlijk gezag
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind. Het kind was reeds onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. De moeder was bij beschikking van 4 mei 1999 ontheven van het ouderlijk gezag en Jeugdzorg was belast met de voogdij.
Het hof oordeelt dat de moeder, nu zij niet langer het ouderlijk gezag bezit, niet bevoegd is om verzoeken te doen omtrent de machtiging tot uithuisplaatsing. Hierdoor heeft de beslissing over de uithuisplaatsing geen directe betrekking op haar rechten en verplichtingen, waardoor zij niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.
Ter zitting is geen nieuwe omstandigheid gesteld die dit zou veranderen. Het hof verklaart daarom het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk en handhaaft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid.