ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1152
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Gerretsen-Visser
- De Bruijn-Lückers
- Pannekoek-Dubois
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap en aanvangstermijn artikel 1:207 lid 3 BW
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Middelburg die haar verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over haar kind niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
Het hof stelt vast dat de moeder en de man enige tijd samenwoonden en naar haar zeggen gehuwd waren, maar dat het huwelijk niet rechtsgeldig was. De moeder trok haar verzoek tot echtscheiding in toen bleek dat het huwelijk niet rechtsgeldig was, waarna de termijn van vijf jaar voor het vaderschapsverzoek volgens het hof is gaan lopen.
Het hof oordeelt dat de moeder ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en beveelt een DNA-onderzoek om het vaderschap vast te stellen. De man, moeder en kind moeten hieraan meewerken. De kosten van het onderzoek komen voorlopig voor rekening van de staat.
De zaak wordt aangehouden tot ontvangst van het DNA-rapport, waarna verdere beslissing zal volgen.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd en een DNA-onderzoek bevolen om het vaderschap vast te stellen.