ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1143
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- Pannekoek-Dubois
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid moeder in hoger beroep kinderalimentatie en ontvankelijkheid vader in incidenteel appel
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek tot kinderalimentatie werd afgewezen. Zij heeft nagelaten de processtukken uit de eerste aanleg te overleggen, ondanks herhaalde verzoeken van het hof. Hierdoor wordt zij niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep.
De vader heeft een verweerschrift ingediend met een incidenteel appel, dat na afloop van de appeltermijn is ingediend. Het hof beoordeelt ambtshalve de ontvankelijkheid van dit incidenteel appel. Gezien het feit dat de moeder niet-ontvankelijk is vanwege het niet overleggen van stukken, en de vader niet kon weten dat deze stukken ontbraken, wordt het incidenteel appel van de vader als zelfstandig en ontvankelijk beschouwd.
Het hof bepaalt dat de vader binnen vier weken de processtukken eerste aanleg moet overleggen. Bij nalatigheid zal het hof dit als afzien van mondelinge behandeling beschouwen en de vader niet-ontvankelijk verklaren. De zaak wordt aangehouden tot een nader te bepalen zittingsdatum.
Uitkomst: De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep; de vader is ontvankelijk in zijn incidenteel appel.