ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1014
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- I. Ritter
- J.J.H. Gerritzen
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen en handel in cocaïne met vrijspraak poging invoer
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor meerdere feiten van handel en medeplegen in cocaïne. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis en spreekt de verdachte vrij van de poging tot verlengde invoer van cocaïne, omdat de cocaïne reeds binnen Nederland was gebracht. Wel acht het hof bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, waaronder het vervoeren, afleveren en aanwezig hebben van cocaïne en heroïne.
Het bewijs berust op verklaringen, de omstandigheden van de vondst van cocaïne in de woning van de verdachte en andere bewijsmiddelen die in het arrest zijn opgenomen. Het hof oordeelt dat de verdachte wist van de aanwezigheid van cocaïne in zijn woning, ondanks zijn ontkenningen.
De straf wordt vastgesteld op vier jaar en zes maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Daarnaast worden diverse inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard of teruggegeven aan rechtmatige eigenaren. Het hof motiveert de straf op basis van de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf, vrijgesproken van poging tot invoer van cocaïne.