ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1007
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Oosterhof
- Aler
- Van Bellen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen moord met mes in mond en hals van slachtoffer
De verdachte en haar mededader hebben het slachtoffer, dat hen onderdak bood, op een zeer brute wijze om het leven gebracht door met een mes in diens mond en hals te steken. Het motief was geldelijk gewin. De verdachte, die dagelijks cocaïne gebruikte, had geld van het slachtoffer geleend en haar paspoort als onderpand gegeven. De medeverdachte had eerder plannen geuit om het slachtoffer te doden en geld te verkrijgen.
De verdachte heeft het mes aangereikt waarmee het dodelijke letsel is toegebracht en was op de hoogte van de kwade voornemens van haar medeverdachte. Het hof acht het bewezen dat zij medepleger is van moord. De verdediging voerde onder meer aan dat er geen sprake was van medeplegen en dat de verdachte niet opzet had op de dood van het slachtoffer, maar dit werd door het hof verworpen.
Er werd geen sprake geacht van onrechtmatig bewijs of vormverzuim bij de inverzekeringstelling. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar, met aftrek van voorarrest. Het hof vond geen aanleiding tot matiging van de straf op grond van persoonlijkheidskenmerken of bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord.