ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0971
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Oosterhof
- Heemskerk
- Bax-Luhrman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen moord na wurging met elektriciteitssnoer
Het gerechtshof 's-Gravenhage heeft op 28 april 2003 het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 november 2002. Verdachte werd verdacht van medeplegen van moord op het slachtoffer, waarbij hij op verzoek van zijn mededader het slachtoffer heeft gewurgd met een elektriciteitssnoer en het lichaam heeft opgehangen aan verwarmingsbuizen in de woning.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer op 7 september 2001 in Rotterdam heeft omgebracht met voorbedachten rade. Verdachte handelde bewust en was zich van de ernst van het misdrijf bewust, hoewel hij het slachtoffer niet kende en geen persoonlijke reden had om hem kwaad te doen. Het feit vond plaats op klaarlichte dag in aanwezigheid van het jonge zoontje van het slachtoffer.
De rechtbank had verdachte veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf, maar het hof vernietigde dit vonnis en deed opnieuw recht. Op basis van de ernst van het delict, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de psychologische rapportages die volledige toerekeningsvatbaarheid bevestigden, legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 14 jaar op.
Het hof sprak verdachte ook vrij van andere tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden en bepaalde dat de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht in mindering werd gebracht op de straf. De uitspraak benadrukt de fundamentele schending van het recht op leven en de maatschappelijke onrust die dergelijke misdrijven veroorzaken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord door wurging met een elektriciteitssnoer.