ECLI:NL:GHSGR:2003:AH9993
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schuurman
- Vonk
- Van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over aanslagen verontreinigingsheffing rijkswateren mosselconservenbedrijf
Belanghebbende, een mosselconservenbedrijf, maakte bezwaar tegen aanslagen verontreinigingsheffing voor de jaren 1996 en 1997, omdat de T-correctie niet was toegepast bij de bepaling van de vervuilingswaarde. Het geschil betrof de vraag of de gemeten CZV-waarde voor ten minste 25 procent afkomstig was van biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen, wat de toepassing van de T-correctie zou rechtvaardigen.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de CZV-waarde voor ten minste 25 procent uit dergelijke stoffen bestond. De door belanghebbende overgelegde monsters waren niet representatief voor de jaren 1996 en 1997, mede vanwege proceswijzigingen na 1998. Daarnaast stelde belanghebbende dat concurrenten met spoelschepen een begunstigend beleid genoten, maar kon dit niet concreet onderbouwen.
Het hof verklaarde het beroep deels gegrond vanwege onterecht gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaren van bezwaar, vernietigde de eerdere uitspraken, maar wees het beroep voor het overige af. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het gestorte griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard, eerdere uitspraken vernietigd en de Inspecteur veroordeeld in proceskosten en griffierecht.