ECLI:NL:GHSGR:2003:AH9233
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardevaststelling onroerende zaak volgens Wet WOZ
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan de A-straat 1 te Z, welke was vastgesteld op ƒ 607.000 per de waardepeildatum 1 januari 1999. De bezwaarafwijzing door de Inspecteur leidde tot beroep bij het gerechtshof. Tijdens de mondelinge behandeling op 7 november 2002 te Den Haag werd het geschil nader toegelicht en een proces-verbaal opgemaakt.
De kern van het geschil betrof de vraag of de toegepaste vergelijkingsmethode en de gehanteerde waarden per m² kaveloppervlakte en per m³ woninginhoud correct waren toegepast en in goede verhouding stonden tot de verkoopprijzen van vergelijkbare woningen. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was en dat het vergelijkingsobject B-straat 1 niet vergelijkbaar was vanwege ingrijpende verbouwingen.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten passend waren en dat de waarde van de woning ten minste ƒ 607.000 bedroeg. De door belanghebbende aangevoerde bezwaren werden verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van ƒ 607.000 wordt ongegrond verklaard.