ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9649
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- De Bruijn-Lückers
- Ydema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging alimentatieverplichting man aan vrouw na echtscheiding
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin aan de vrouw een alimentatie van €2.302,93 per maand is toegekend. Hij stelde dat de alimentatie te hoog was en dat het hof ten onrechte bij de draagkrachtberekening uitging van het bedrijfsresultaat van zijn onderneming in plaats van het salaris dat hij via de B.V. ontvangt.
Het hof oordeelde dat bij de bepaling van de behoefte van de vrouw rekening moet worden gehouden met de levensstandaard tijdens het huwelijk, inclusief besparingen die partijen mogelijk hadden. De vrouw heeft geen eigen inkomsten en het hof acht haar behoefte redelijk.
Wat betreft de draagkracht van de man is het hof het eens met de rechtbank dat het gemiddelde bedrijfsresultaat over meerdere jaren als uitgangspunt moet dienen. Ook werd rekening gehouden met het vermogen van de man, waaronder rente-inkomsten van een bankrekening met een saldo van minimaal ƒ180.000,-.
Het hof vond dat de appelprocedure nodeloos was en veroordeelde de man in de kosten van het hoger beroep. De bestreden beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de alimentatieverplichting van de man aan de vrouw en veroordeelt hem in de proceskosten.