ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9646
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- Gerretsen-Visser
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding
De man en vrouw zijn in gemeenschap van goederen gehuwd en hebben een minderjarig kind. Na hun echtscheiding heeft de rechtbank de boedelverdeling vastgesteld waarbij de man aan de vrouw een bedrag van ƒ157.500,- moest betalen wegens overbedeling.
De man is in hoger beroep gekomen en verzocht vernietiging van deze beschikking en een nihilstelling van het bedrag. Hij stelde dat de verdeling reeds was geëffectueerd en betwistte de waardering van woning, auto en personeelsopties. De vrouw betwistte dit en stelde dat een gezamenlijke taxatie noodzakelijk was.
Het hof constateerde dat partijen geen volledige boedelbeschrijving hadden opgesteld en dat er onvoldoende verificatoire stukken waren om de waarde van de boedelbestanddelen vast te stellen. Hierdoor kon het hof geen redelijke verdeling conform artikel 3:185 BW Pro maken.
Het hof verklaarde het hoger beroep van de man niet ontvankelijk voor wijziging van het verzoek, vernietigde de bestreden beschikking voor zover het de boedelverdeling betrof en wees het verzoek van de vrouw tot betaling af. Het hof oordeelde dat de boedelverdeling niet kon worden vastgesteld vanwege gebrek aan voldoende feitelijke informatie.
Uitkomst: Het hof vernietigt de boedelverdeling en wijst het verzoek tot betaling van ƒ157.500,- af wegens onvoldoende bewijs over de waarde van de boedel.