ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9614
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- De Brauw
- De Groot
- Boele
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitleveringsbesluit met bezwaren tegen plea-bargaining en eerlijk proces in VS
De zaak betreft een hoger beroep van de Staat tegen een tussenvonnis in een kort geding waarin de verdachte uitlevering aan de Verenigde Staten werd verboden of beperkt. De verdachte werd verdacht van invoer van MDMA-pillen in de VS en betwistte zijn uitlevering met meerdere gronden, waaronder onschuld, onrechtmatige bewijsvergaring, gebrek aan eerlijk proces en het plea-bargaining systeem in de VS.
De voorzieningenrechter had de Staat vragen gesteld over de duur en gevolgen van het plea-bargaining systeem om te beoordelen of dit een schending van het recht op een eerlijk proces opleverde. De Staat stelde dat dit buiten de bevoegdheid van de kortgedingrechter viel en dat het vertrouwensbeginsel in het uitleveringsrecht moest gelden.
Het hof oordeelt dat het vertrouwensbeginsel uitgangspunt is en dat het plea-bargaining systeem niet zonder concrete aanwijzingen leidt tot een flagrante schending van het recht op een eerlijk proces. De vragen aan de Staat waren daarom onterecht. Verder zijn de overige bezwaren van de verdachte, zoals het ontbreken van een individuele terugkeergarantie en de vermeende onvoldoende band met de VS, niet aannemelijk gemaakt.
Het hof vernietigt het tussenvonnis en wijst alle gevorderde voorzieningen af, waarbij de verdachte wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Het hof vernietigt het tussenvonnis en wijst de gevorderde voorzieningen af, waardoor uitlevering aan de VS blijft toegestaan.