ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9530
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- Duindam
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken gronden in appèlschrift
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 30 juli 2002. Hij heeft een appèlschrift ingediend zonder de vereiste gronden te vermelden, waardoor het hof van oordeel is dat het beroep niet ontvankelijk is. Hoewel de man later de gronden heeft aangevuld, voldoet dit niet aan de wettelijke eisen en is het bovendien strijdig met de behoorlijke procesorde omdat de vrouw hierdoor pas kort voor de zitting met de gronden werd geconfronteerd.
Het hof heeft de ontvankelijkheid mondeling behandeld op 11 december 2002, waarbij de procureur van de man en de raadsvrouwe van de vrouw aanwezig waren. Het hof concludeert dat het appèlschrift niet voldoet aan artikel 359 Rv Pro jo 278 lid 1 Rv en verklaart de man daarom niet-ontvankelijk.
De beschikking is uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van 15 januari 2003 door mrs. De Bruijn-Lückers, Duindam en Van Montfoort, bijgestaan door de griffier mr. Quarles van Ufford.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het ontbreken van de vereiste gronden in het appèlschrift.