ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9525
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- Duindam
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uithuisplaatsing minderjarige in gesloten inrichting ondanks verzoek tot terugkeer
De minderjarige, wonende te Zoetermeer en verblijvend in een gesloten inrichting, stelde zich in hoger beroep tegen diverse beschikkingen tot uithuisplaatsing. Het hof verklaarde haar niet-ontvankelijk voor de eerdere beschikkingen omdat de machtigingen inmiddels waren verstreken. Wel werd het beroep ontvankelijk verklaard voor de beschikking van 15 april 2003, die de uithuisplaatsing in een gesloten inrichting tot 10 juni 2003 machtigde.
Alle betrokken partijen erkenden dat de minderjarige hulp nodig heeft en dat een tehuis voor buitengewone behandeling de meest geschikte plek is. Omdat nog geen plaats beschikbaar was, verbleef zij in de gesloten inrichting 'Eikenstein'. De minderjarige verzocht om terugkeer naar huis bij haar moeder, gesteund door haar moeder, maar Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming zagen het risico op terugval in ongewenst gedrag.
Het hof oordeelde dat de gesloten plaatsing noodzakelijk blijft vanwege de ernstige problematiek en het gevaar van terugval. Het verzoek van de minderjarige om thuis te wonen werd afgewezen. Het hof benadrukte dat Jeugdzorg zich moet inspannen om zo spoedig mogelijk een plaats in een tehuis voor buitengewone behandeling te realiseren.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor eerdere beschikkingen en bevestigt de machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting tot 10 juni 2003.