ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9361
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dusamos
- Kok
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie na vaststelling biologische vaderschap en draagkracht
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Middelburg waarin kinderalimentatie werd vastgesteld op €226,89 per maand. De moeder had de rechtbank verzocht deze alimentatie vast te stellen, waarbij de vader verweer voerde dat hij niet in staat was deze bijdrage te betalen.
Een deskundigenonderzoek bevestigde het biologische vaderschap van de vader. De vader stelde dat hij geen inkomen uit arbeid had en dat hij tot 6 januari 2003 werd onderhouden door derden. Vanaf die datum ontvangt hij samen met zijn partner een gezamenlijke uitkering van circa €905 netto per maand. Hij betaalde daarnaast huur en aflossing van een schuld.
Hoewel de advocaat van de moeder erkende dat de vader waarschijnlijk geen ruimte had voor de oorspronkelijke alimentatie, had de vader geen financiële stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn draagkracht. Het hof oordeelde dat het ontbreken van deze stukken en het niet naleven van hoor en wederhoor het onmogelijk maakte de draagkracht adequaat te beoordelen.
Het hof achtte de vader desalniettemin in staat om een inkomen te verwerven waarmee hij €150 per maand kinderalimentatie kan betalen. De oorspronkelijke beschikking werd vernietigd en vervangen door een nieuwe beschikking waarin de alimentatie werd vastgesteld op €150 per maand, met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2001. De onderhoudsplicht van de vader als biologische vader werd bevestigd, ongeacht eerdere ontkenning door de moeder.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt verlaagd naar €150 per maand vanwege onvoldoende draagkracht van de vader, met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2001.