ECLI:NL:GHSGR:2003:AF8867
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van winstverrekening met wachtgeld in vennootschapsbelastingzaak
Belanghebbende, A B.V., maakte bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting over 1999 waarbij een voorziening was gevormd die door de Inspecteur werd gecorrigeerd. De Inspecteur stelde het belastbare bedrag vast op ƒ 57.680 in plaats van het door belanghebbende opgegeven negatieve bedrag.
De kern van het geschil betrof de vraag of de winst van belanghebbende moest worden betrokken bij de verrekening van het wachtgeld dat aan directeur X werd toegekend op grond van het Rijkswachtgeldbesluit 1959. De Dienst Uitvoering Ontslaguitkeringen (USZO) stelde dat winst uit onderneming als inkomsten uit arbeid moest worden gezien en dus verrekend diende te worden met het wachtgeld.
Het hof oordeelde dat de winst inderdaad moet worden betrokken bij de verrekening met het wachtgeld en dat de door belanghebbende gevormde voorziening niet terecht was. Tevens werd geoordeeld dat de stelling dat X een loonvordering op belanghebbende zou verkrijgen niet juist was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van A B.V. tegen de aanslag vennootschapsbelasting 1999 wordt ongegrond verklaard.