ECLI:NL:GHSGR:2003:AF8864
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek buitengewone lasten en huurwaardeforfait in inkomstenbelasting 1998
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1998 waarbij de Inspecteur de aftrek van buitengewone lasten en de waarde van het huurwaardeforfait corrigeerde. Belanghebbende stelde dat de werkelijke waarde van zijn woning lager was dan de vastgestelde WOZ-waarde en dat hij recht had op een hogere aftrek wegens bijdragen aan het levensonderhoud van zijn schoonfamilie in Thailand.
Het hof oordeelde dat de WOZ-waarde van ƒ 222.000 leidend is voor het huurwaardeforfait, omdat deze volgens de wet bepalend is en de Inspecteur had toegezegd de aanslag ambtshalve te verminderen indien de WOZ-waarde zou worden verlaagd. De stelling van belanghebbende dat de Inspecteur prematuur handelde of dat de beslissing in strijd was met internationale wetgeving werd verworpen.
Ten aanzien van de aftrek buitengewone lasten stelde het hof vast dat belanghebbende onvoldoende inzicht had gegeven in de inkomens- en vermogenspositie van de ondersteunden, waardoor niet aannemelijk was dat de uitgaven hoger waren dan het toegestane forfait van ƒ 2.924. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat de Inspecteur duidelijk had aangegeven dat behoeftigheid aangetoond moest worden en belanghebbende de benodigde verklaringen alsnog had kunnen opvragen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het hof zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd op 25 maart 2003 in het openbaar uitgesproken door mr. Savelbergh.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1998 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.