ECLI:NL:GHSGR:2003:AF8793
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Tromp
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens buitengewone-lastenaftrek voor financiële ondersteuning dochter
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting over 1999 vanwege aftrek van buitengewone lasten voor financiële ondersteuning van zijn toen 34-jarige dochter. Het geschil betrof of hij zich redelijkerwijs gedrongen kon voelen om zijn dochter financieel te ondersteunen en of hij op grond van het vertrouwensbeginsel recht had op aftrek.
Het hof stelde vast dat belanghebbende zijn dochter tot een bedrag van ƒ 10.329 had ondersteund, maar dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zich redelijkerwijs gedrongen kon voelen tot deze ondersteuning, mede omdat hij geen inzicht gaf in het uitgavenniveau van zijn dochter. Wel oordeelde het hof dat belanghebbende op het vertrouwensbeginsel een deel van de aftrek kon baseren, omdat de Inspecteur in eerdere jaren een vergelijkbare aftrek had geaccepteerd.
Uiteindelijk werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 107.234, waarbij het griffierecht werd vergoed. Het hof wees erop dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet verder strekte dan het bedrag dat leidde tot een netto-inkomen van circa ƒ 2.100 per maand voor de dochter, en dat de hogere netto-inkomsten in latere jaren geen rechtens te beschermen vertrouwen opleverden.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1999 is verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 107.234 met vergoeding van het griffierecht.