ECLI:NL:GHSGR:2003:AF6941
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inbaarheid lijfrente-uitkeringen uit stamrecht bij BV na overlijden erflater
De zaak betreft een geschil over de fiscale behandeling van lijfrente-uitkeringen uit een stamrecht dat de erflater bij oprichting van een BV bedong. Na het overlijden van de erflater vorderde de weduwe uitkeringen van de BV, die deze als kortlopende schulden op de balans had opgenomen. De Inspecteur corrigeerde de aangifte inkomstenbelasting door de lijfrente-uitkeringen volledig als belastbaar inkomen aan te merken.
Belanghebbende stelde dat de BV financieel slecht was en de uitstaande vorderingen niet volwaardig, waardoor de lijfrentetermijnen niet als genoten konden worden beschouwd. Het hof oordeelt echter dat de BV over voldoende liquide middelen beschikte, onder meer bankbrieven, om de uitkeringen te voldoen, en dat het recht op uitkeringen niet aan beperkingen was onderworpen.
Het hof verwierp het argument dat een bestuursbesluit binnen de BV de uitkeringen zou beperken, omdat dit niet aannemelijk was gemaakt en niet in 1999 was genomen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep van de weduwe ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting over 1999.