ECLI:NL:GHSGR:2003:AF2718
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- Duindam
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen machtiging uithuisplaatsing jonge kinderen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die Jeugdzorg machtigde om haar kinderen uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg. Tijdens de procedure bleek dat er twee machtigingen tot uithuisplaatsing waren verleend, elk met een verschillend doel en verblijfplaats, wat volgens het hof in strijd is met de wet.
De eerste machtiging betrof plaatsing in een crisispleeggezin, de tweede in het pleeggezin van de grootmoeder moederszijde. De tweede machtiging trad in de plaats van de eerste, die inmiddels vervallen was omdat deze niet binnen drie maanden ten uitvoer was gelegd. Het hof oordeelde dat het naast elkaar bestaan van verschillende machtigingen voor verschillende doelen niet is toegestaan.
Daarom verklaarde het hof de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en kwam het niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de machtiging. Het hof benadrukte dat ondanks de jonge leeftijd van de kinderen en de wisselingen in hun verzorgingssituatie, de wet moet worden nageleefd. Jeugdzorg kan een nieuw verzoek tot machtiging indienen indien nodig.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de machtiging tot uithuisplaatsing van haar kinderen.