ECLI:NL:GHSGR:2002:AF8745
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Stille
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake echtscheiding en gebruik woning na ontbinding huwelijk
De vrouw en de man zijn in 1979 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting. De man verzocht in 2000 de rechtbank om echtscheiding, waarbij de vrouw een alimentatieverzoek indiende. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en stelde de alimentatiebehandeling uit.
De vrouw stelde principaal hoger beroep in tegen de echtscheiding, maar werd daarin niet-ontvankelijk verklaard. De man stelde incidenteel hoger beroep in tegen de alimentatiebeslissing, maar dit werd door het hof afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. Het hof oordeelde dat het incidenteel hoger beroep als zelfstandig moet worden beschouwd en in beginsel ontvankelijk is, maar in dit geval niet ontvankelijk vanwege het ontbreken van samenhang tussen de beslissingen.
De vrouw verzocht tevens om voortgezet gebruik van de woning die eigendom is van de man. Het hof oordeelde dat zij voldoende tijd heeft gehad om alternatieve woonruimte te vinden sinds het einde van de samenleving in 2000. Gezien de omstandigheden en het feit dat de man de lasten van de woning blijft betalen, wees het hof het verzoek van de vrouw af.
Het hof besloot de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot alimentatie en wees het verzoek van de vrouw tot voortgezet gebruik van de woning en inboedel af.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de echtscheiding en haar verzoek tot voortgezet gebruik van de woning wordt afgewezen; de man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot alimentatie.