ECLI:NL:GHSGR:2002:AF6949
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek Nedeco-regeling bij buitenlandse uitzending voor inkomstenbelasting 1998
Belanghebbende was in 1998 werkzaam als scheepsbouwkundig bergingsinspecteur en werkte dat jaar 116 dagen in het buitenland in uitzendingen van ten minste 15 dagen. Hij deed aangifte met een belastbaar inkomen waarbij hij een extra beroepskostenaftrek toepaste op grond van de Nedeco-regeling, gebaseerd op het aantal werkdagen.
De Inspecteur stelde de aftrek vast op basis van het aantal kalenderdagen, wat resulteerde in een hogere belastbare grondslag. Het geschil betrof de vraag of de aftrek berekend moet worden op basis van kalenderdagen of werkdagen.
Het hof oordeelde dat de Nedeco-regeling strikt voorschrijft dat de noemer van de aftrek het aantal verblijfsdagen in het buitenland is gedeeld door 365 of 366, en dat een afwijking daarvan niet gerechtvaardigd is. Ook het beroep op het doel van de regeling en vermeende ongelijke behandeling werd verworpen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1998 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.