ECLI:NL:GHSGR:2002:AF3632
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- De Bruijn-Lückers
- Duindam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging alimentatieverplichting na echtscheiding met beoordeling behoefte vrouw
Het gerechtshof te 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin de alimentatie voor de vrouw was vastgesteld op ƒ11.000 per maand. De man verzocht om vermindering van de alimentatie tot ƒ4.835 per maand, stellende dat de behoefte van de vrouw lager was en dat zij haar pensioenvoorziening uit de boedelscheiding kon financieren.
De vrouw had geen eigen inkomsten en maakte aanspraak op een alimentatie die haar levensstandaard en pensioenopbouw weerspiegelde. Het hof stelde vast dat de man en vrouw tijdens het huwelijk een hoge welstand genoten, met een gemiddelde bedrijfswinst van ruim ƒ340.000 per jaar en privé-opnamen van ruim ƒ206.000 per jaar. De behoefte van de vrouw werd mede gerelateerd aan deze welstand.
Het hof oordeelde dat de behoefte van de vrouw niet onredelijk hoog was en dat de pensioenvoorziening in de alimentatie moest worden meegenomen, omdat niet duidelijk was welk bedrag zij uit de boedelscheiding zou ontvangen. De alimentatie werd bevestigd op ƒ11.000 per maand, ingaande vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
De man werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen, en het hof wees zijn verzoek tot vermindering van de alimentatie af. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De alimentatie voor de vrouw wordt bevestigd op ƒ11.000 per maand, ingaande vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.